Oudheidkundige Vereniging Barradeel
logo
Startpagina
Mededelingen
Over de vereniging
Aanmelden als lid
Contactformulier
Forum
Dorpen
Barradeel algemeen
Minnertsga
Firdgum
Tzummarum
Oosterbierum
Sexbierum
Pietersbierum
Wijnaldum
Almenum
Documentatie
Och heden ja . . .
Foto- en filmarchief
Interessante links

LEZING ‘MOOI FRIESLAND’ DOOR DS. MEIJER WIJNALDUM

Dit zou best eens in een uitnodiging kunnen staan van onze vereniging. Maar dominee Meijer hield deze lezing al op 24 april 1923 in zalen Schaaf in Leeuwarden.

Hij was daar op uitnodiging van de Evangelische Vereniging die daar toen een buitengewone samenkomst had. Hoewel er vrij veel bezoekers waren die avond, had men toch wat meer verwacht gelet op het onderwerp ‘Mooi Friesland’.

Meijer begon zijn inleiding dat hij hoopte de aanwezigen mee te nemen in een gebied van schoonheid. De liefde voor zijn land is een ieder aangeboren. Zo zal een Zwitser, waar hij ook is, altijd terug verlangen naar ‘zijn’ bergen. Nederlanders daar-en-tegen zullen altijd de aantrekkingskracht blijven voelen voor het vlakke en uitgestrekte landschap. Vooral de Friezen zijn bijzonder gehacht aan hun geboortegrond, aldus dominee Meijer die zelf overigens geen Fries van geboorte was. Waar de Friezen ook heen trekken, zij blijven denken aan het land waar zij vandaan komen. Meijer haalt als voorbeeld aan de Cooper-stichting te Akkrum, opgericht door een rijke Amerikaan die een Fries van geboorte was. Zijn Friese naam was Folkert Harmen Kuipers die op 22 jarige leeftijd emigreerde. De stichting die hij had opgericht had tot doel de armen onderdak en verzorging te geven.

Zijn naam werd later verbonden aan een brug, de Coopersbrug. Tegenwoordig wordt Coopersburg omgeven door een fraai aangelegde tuin en een wandelpark met een mausoleum, waarin de lichamen van het echtpaar Cooper zijn bijgezet. Dominee Meijer refereerde ook aan Baljeé wat die voor het Leeuwarder weeshuis heeft gedaan waar hij als jongen was verpleegd. Over het Fries-eigen merkt Meijer op dat een Fries nogal heimwee krijgt als hij ver van de provincie is verwijderd. De Fries is dan dan gewoon ‘onwennig’. Toch zijn er ook Friezen die daar anders over denken en zeggen: ‘brea docht wenjen’. Veel van deze Friezen trokken naar Amerika, naar streken waar andere Friezen hen al waren voorgegaan. Het grote saamhorigheidsgevoel van de Friezen toonde Meijer aan met het feit dat, waar ook in den vreemde enkele Friezen in dezelfde plaats vertoeven, zij onmiddellijk een ‘selskip’ oprichten. Met het woord: Vaderlandsliefde werd bedoelt het land zoals hetr er ligt met al zijn natuurschoon, zijn eigen zeden en gewoonten en vooral de eigen taal. Vervolgens gaat Meijer diepvoering in op de schoonheid van onze provincie wat niet verwonderlijk is van de titel was immers: ‘Mooi Friesland’.

Meijer vertelde ook nog dat een oud-Friese gewoonte, de burenplicht bij vooral begrafenissen, helaas aan het verdwijnen was. Alles ging daarbij heel gemoedelijk. De dode bleef in de atmosfeer waarin hij zijn hele leven had vertoefd en zijn laatste gang was op ‘denzelfden wagen’ waarmee hij zijn brood verdiend had. Meijer spreekt: ‘Nu evenwel zijn er begrafenisvereenigingen, nu komt de gelakte lijkkoets uit de stad in plaats van den ouden boerenwagen, nu ziet men hooge hoeden en hoort men den bode niet meer de typische Friesche woorden spreken, doch een stijl en gekunsteld Hollandsch’.

Dominee Meijer had ook enkele ‘lichtbeelden’ bij hem van rustieke plaatsen uit de provincie. Hij besloot zijn lezing met een ‘lichtbeeld’ van de preekstoel van de kerk in Wijnaldum.

 


Het digitale verleden van de oude gemeente Barradeel en omstreken